Contact

Ed-Koning-en-Katja-Rouweler-300x225 ContactVroeger-nu

Een aantal zaken en bezigheden zijn in vergelijking met vroeger door mijn lichamelijke beperkingen de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Een hoop dingen, waaronder mijn veelvuldige dagelijkse fietstochten en het schilderen van de laatste jaren van vóór mijn herseninfarct, waren toentertijd heel normaal maar zijn onmogelijk nu, en ik beschouw ze dan ook als verleden tijd.

Communicatie
Ook zijn er dingen die vroeger al voorop stonden maar die nu, min of meer stilletjes, en op schalkse wijze, nog belangrijker zijn geworden. Communicatie is één van die dingen. Communicatie is natuurlijk een breed begrip maar ik heb ik het liefst ook in duidelijke taal. Met voor beide partijen woorden die helder zijn, door mij en de ander uitgesproken met een goeie dictie in de verschillende talen, zoals ik de laatste tijd vóór mijn ziekte al hoog in mijn vaandel had staan. Mijn Limburgs accent had ik al jáááren daarvóór zorgvuldig en rigoreus weggewerkt, hoewel dit nu, enkele jaren na mijn herseninfarct, en ik eindelijk opnieuw enigszins kan praten, weer onverbloembaar is komen bovendrijven.

Moeizaam praten
Alhoewel ik (momenteel, in februari 2016) dus nog maar nauwelijks kan praten, communiceer ik tamelijk veelvuldig (en waarschijnlijk meer dan normaal) in stilte, en op de eerste plaats vooral met mezelf. Vooral ook omdat dit praten van mij met een ander, mij behoorlijk wat inspanning kost. En ik kan wel praten, maar wie kan mij verstaan? Ik ben toch een beetje een (nogal schor) roepende in de woestijn, alhoewel sommige mensen mij beter lijken te verstaan dan ik mijzelf. Mijn bedoelingen schijnen op de een of andere wonderbaarlijke manier meestal wel over te komen bij de ander. Alhoewel praten ook steeds beter gaat. Deze verbale belemmeringen hebben echter ook een min of meer creatieve uitlaatklep gevonden in dit blog, en in mindere mate, in mijn vrij uitgebreide emails. Geschreven taal geeft mij immers, met de relatief weinig beperkingen die dit voor mij inhoudt, de redelijk perfecte mogelijkheid om vorm te geven aan mijn ideeën.

Botter
Ook ben ik geneigd directer en veelal botter te reageren op mijn omgeving. Deels ongewild. Is iemand bijvoorbeeld nog bezig met het ritueel van afscheidnemen, pleeg ik al vaak 'bedankt, en tot ziens' te piepen, om zodoende veelal, op ongewild botte wijze en slecht getimed, een vroegtijdig einde te maken aan dit proces. Echter zeker ook deels gewild, zodat ik, door het gebrek aan klantvriendelijkheid en efficiëntie dat ik bij meerdere (semi-)overheidsinstellingen meen te ontdekken, in toenemende mate, en openlijk, cynisch ben geworden over hun uitlatingen en (non-)functioneren.

Teevendeal
Dit resulteerde bijvoorbeeld in het toekennen mijnerzijds van de werkwoordsvorm aan het woord Teevendeal (De commissie Oosting oordeelde dat de deal die, het akkoord dat, toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven sloot met drugscrimineel Cees H., niet deugde. De schikking van 4,7 miljoen, door de minister en staatssecretaris niet geweten of de informatie was 'zoek', het werd in ieder geval niet verteld, minister van Opstelten zei dat het 'slechts' om 2 miljoen ging, was 'duidelijk in disbalans'. Drugscrimineel Cees H. ging er met veel geld vandoor, kreeg tegen de regels in strafvermindering en mocht zijn miljoenen ook nog eens geheimhouden voor de fiscus. Teeven en zijn collega's hebben teveel op eigen houtje gehandeld, aldus de commissie Oosting. Minister Opstelten en, inmiddels, staatssecretaris Teeven moesten wegens de grote hoeveelheid desinformatie en non-informatie opstappen. Momenteel, in 2016, onderzoekt de commissie Oosting of er iemand de opdracht toe heeft gegeven de gegevens over de hoogte van de schikking te 'verliezen', en wie dat dan wel is geweest. Op 8 juni 2016 lees ik dat toenmalig VVD-Kamerlid Van der Steur, inmiddels minister, zich tot op detailniveau bemoeide met de Teevendeal door toenmalig minister Opstelten te adviseren over de bewoording van diens brief aan de Kamer. 'Van der Steur is inmiddels een auto met heel veel deuken en krassen en een losse bumper', las ik op de NOS site.), zodat 'Teevendealen' in Ed's nieuwe Dikke van Dale nu gedefinieerd is als 'het bewust niet alles vertellen of liegen over een akkoord, 'oplossing', situatie of regeling, door overheidsdienaren, waar nodig door het eventueel vernietigen of geheim verklaren van bewijsmateriaal, of door het simpelweg ontkennen van de feiten, om het gesloten akkoord, de 'oplossing', situatie of regeling mooier te doen lijken dan werkelijk het geval is, en om gezichts- of stemmenverlies dientengevolge te doen voorkomen'. De Turkse premier Erdogan schijnt nog een stapje verder te gaan en echte openbaarheid van zijn bestuur te willen voorkomen door te proberen zijn meerdere tegenstanders, zelfs internationaal, monddood te maken door het aanspannen van verschillende rechtszaken onder het mom van staatsveiligheid of zelfs de belediging van een staatshoofd. Ik ben in zo'n geval toch op de eerste plaats vooral benieuwd naar 'wat we dan wel niet mogen ontdekken'. Alsof je met meer of minder geweld of in elk geval met het uitoefenen van allerlei inspanningen de waarheid zou kunnen verhullen, is een gemeenschappelijke factor in al deze 'Teevendeals'. Staatsmanschap zou vooral moeten bestaan uit goede dingen doen voor je land en zeker niet uit de PR van het, mede afgedwongen, 'respect' van anderen en/of uit het verhullen van de waarheid of iets dergelijks.

We're only in it for the money
Dit 'Teevendealen' is natuurlijk per definitie beperkt tot overheidsdienaren, maar ik meen toch bepaalde overeenkomsten te zien in sommige bedrijven, waarin hun gebrek aan empathie en/of hun slordige, langzame service door mooie reclamecampagnes en andere PR activiteiten angstvallig wordt verhuld en tevens dat dit alles ondergeschikt is aan hun 'hogere' doel: zoveel mogelijk geld te verdienen. Zoals Frank Zappa al bezong: 'We're only in it for the money'. Er lijkt mij niets mis met geld willen verdienen, maar je moet de 'klant niet met het badwater weggooien', zoals nu nogal eens lijkt te gebeuren, heb ik ervaren.

Al onze medewerkers zijn bezet
Ook kan ik het niet nalaten meewarig te bedenken, wanneer ik al twintig minuten aan de lijn hang en telkens te horen krijg 'Al onze medewerkers zijn momenteel bezet, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen', dat deze receptie of dit ontvangstpunt van binnenkomende telefoontjes waarschijnlijk bevolkt wordt door slechts één huisvrouw, die parttime werkt, en die bovendien niet al te veel lastig gevallen wil worden met moeilijke telefoontjes, want ze wil een beetje bijkomen van haar drukke werkzaamheden thuis. En voor wie bovendien gemaakte afspraken niet allemaal keihard blijken te zijn, en die ook al geen ster lijkt te zijn in doorverbinden. Hoewel ook de receptioniste als 'rots in de branding' van haar bedrijf mij niet onbekend is, en tot wie ik me dan ook juist richt, omdat zij er op de eerste plaats voor zorgt iets gedaan te krijgen binnen dat bedrijf.

Werkelijk contact
Maar in het algemeen zie ik steeds meer het belang in van een grondige kennis van de taal zélf, als voorwaarde om vervolgens überhaupt een gemakkelijke en begripvolle communicatie te kùnnen hebben, en werkelijk contact, alhoewel ook hierbij mijn toegenomen botheid zijn kop opsteekt, en wel in die zin dat ik, wanneer ik in mijn krakkemikkige gesprekken hoor of te horen krijg dat iemand een woord niet kent, of wanneer mij gevraagd wordt een bepaald woord uit te leggen, dan al gauw zeg van: 'zoek het maar op'. Om daarmee uitdrukking te geven aan 'ik heb het uit moeten zoeken door, tot vervelens toe, en nog, met mijn neus in het woordenboek, heel veel woorden op te helderen, van allerlei talen, dus doe jij dat ook maar, er is evenmin een gemakkelijkere weg voor jou'. Ik waardeer het dan ook steeds meer, als er een gemakkelijke en snelle communicatie is met de mensen om me heen, hoewel ik hier dus zelf helemaal geen lichtend voorbeeld van ben, het is al knap als je mijn antwoord op je vraag van vijf minuten geleden, überhaupt uit mijn gepiep weet te decoderen.

Gehanteerde communicatiesystemen
Wij hebben ook allerlei communicatiesystemen gehanteerd, al naar gelang ik me kon uitdrukken. Het knipperen met de ogen systeem van kort na mijn infarct en de totale verlamming die na dit infarct volgde (één keer knipperen is 'ja', twee keer knipperen is 'nee'), was daarvan het eerste, gevolgd door onder andere nog de letterkaart en de spraakcomputer (God hebbe zijn ziel). Die systemen waren ook nogal eens vermoeiend, bijvoorbeeld zoals toen ik het idee had opgevat om het verplegend personeel van de revalidatiekliniek dan maar klassikaal te gaan instrueren, voordat veel van hun pogingen mijn communicaties via de letterkaart uit te leggen, een vroege dood zouden sterven. Zover is het echter nooit gekomen, je hebt immers een vlotte tongriem nodig voor een Powerpoint presentatie, en die ontbreekt natuurlijk ten enenmale als je een letterkaart moet gebruiken. Een vorm van symptoompijn?