Buiten spelen

Wordfeud

IMG_0869-300x225 Buiten spelen

Fred en Ed 50 jaar later

Ik speel vrij veel Wordfeud - wel elke dag. Met wisselend resultaat, zou ik zeggen. Ik ben redelijk goed, maar ook zéér ongeduldig. Zo ben ik altijd geweest. Een korte aandachtsspanne, werd er wel gezegd. Een lichte vorm van ADHD, zou men tegenwoordig flauwekulliseren. Maar ik denk zélf toch eigenlijk aan wat anders. Een gevleugelde uitspraak van mij is namelijk: 'ik kan beter tegen winnen'. Waarmee ik o.a. op een nette manier uitdrukking geef aan het feit dat ik - inderdaad, zult u zeggen - niet tegen mijn verlies kan. En ongemerkt eveneens de aandacht een beetje verleg van verliezen naar winnen. Door het simpelweg helemaal maar niet over verliezen te hebben maar alleen maar over varianten op 'winnen'. Keeps you focussed. Prioriteiten stellen. Zó ben ik dus altijd al geweest.

Oudere broer
Ik herinner me nog dat ik mijn oudere broer Fred eens aanvloog omdat hij langere armen had dan ik - en dus een grotere reikwijdte. Tijdens wat begonnen was als een vriendschappelijk potje schermen met opgerolde tijdschriften, kon hij mij wél raken maar ik hem niet. Te korte armpjes. We waren een jaar of zes, zeven in die tijd, schat ik. Onze ouders moesten ons vervolgens uit elkaar halen. Want het schuim stond mij op de lippen. De stoppen waren doorgeslagen. En ik was hem daarna aangevlogen. Better any game than no game. Favoriet in die tijd bleef voor mij echter het buiten spelen. Ruimte en onbegrensde mogelijkheden!

Niet spelen
Ik speel nu wel Wordfeud met mensen die er koste wat kost voor willen zorgen dat ik niet kan leggen. En ik dus eigenlijk niet kan spelen. Terwijl ik dit spelletje juist wél wil spelen. Voelt u wel? Maar misschien doe ik wel hetzelfde, ik kan dat niet zo goed beoordelen. Daar zit misschien die beroemde blinde vlek bij míj wel.

Samengeknepen billen
Maar anyway, in zo'n geval kan ik dus zomaar ineens opgeven. Dan maakt het me ook geen bal meer uit dat ik dan verlies, want ik speel meestal toch wel tien tot vijftien spelletjes tegelijkertijd. Maar verder vind ik dat wel interessant - iemand wil een bepaald spel spelen, maar in plaats van dat dan maar gewoon te doen, is hij of zij erop gebrand te voorkomen dat de tegenstander het spel speelt. Dezelfde tegenstander die eerder werd uitgenodigd dit spel te spelen!? Of moet ik het anders zien en is dit juist het leuke er aan? Ik noem dit de samengeknepen billen techniek. Te benauwd om de ander te zien winnen. Ik zou zeggen, niet teveel met je tegenstander bezig zijn. Je zou het immers ook gewoon kunnen hebben dat je verliest. Of zelfs beter nog, dat je wint. Het is tenslotte maar een spelletje. Niet te gefixeerd doen.

Schaak
Ik speel ook wel schaak op internet. Eveneens met wisselend resultaat. Maar de potjes zijn nooit langer dan 10 minuten. Er moet immers voldoende reuring zijn. Oftewel, ik zie het 't liefst snel ontaarden in een slachtpartij. Dat vind ik een ander belangrijk ingrediënt, voldoende commotie - zodat het je niet te slaapverwekkend wordt. Of je, in het andere geval, tevéél heisa krijgt.

Afkickcentrum
Jaren geleden leidde en werkte ik in een afkickcentrum. Ik zei wel eens voor de gein dat we er camera's zouden moeten ophangen. Er gebeurde namelijk elke dag zó veel - geweldigs of verschrikkelijks - dat dit bijzonder spannende tv had kunnen opleveren. Spannender dan alle reality tv programma's van dat moment. Zo heb ik eens twee mensen uit elkaar gehaald die elkaar waren aangevlogen met een glazen asbak. Dat had ik inmiddels immers wel verdiend, geloof ik. Eerder had ik zélf mijn broer aangevlogen zodat we uit elkaar gehaald moesten worden. En dan had ik ook nog eens de verantwoordelijkheid voor een dergelijke groep mensen genomen. Dan vráág je er denk ik wel om. We hebben dit overigens nooit gedaan natuurlijk - die camera's opgehangen. Maar verschillende werkgevers later beoordeelde ik mijn baantjes nog steeds door vast te stellen of er wel voldoende reuring was. Zo zei ik ooit eens tegen een directeur toen hij me complimenteerde met mijn functioneren in mijn toenmalige (redelijk verantwoordelijke) baan: 'ja maar mijn nichtje van zeven kan dit ook'. En toen ik mezelf dit hoorde zeggen, dacht ik: 'ja, dat is eigenlijk ook wel zo'. En dus was ik snel daarna weer verdwenen. Op zoek naar een beter spel.

Foto
Dit stukje heeft (nog) geen foto gehad vóór zondag 12 februari, toen ik o.a. mijn oudere broer gezien heb. Ik hoopte hem op dat moment te verleiden tot een gezamenlijk kiekie, zo'n vijfenvijftig jaar na ons 'zwaardgevecht' en mijn mislukte 'poging tot doodslag'. Dat is inmiddels Wordfeud
Ik speel vrij veel Wordfeud - wel elke dag. Met wisselend resultaat, zou ik zeggen. Ik ben redelijk goed, maar ook zéér ongeduldig. Zo ben ik altijd geweest. Een korte aandachtsspanne, werd er wel gezegd. Een lichte vorm van ADHD, zou men tegenwoordig flauwekulliseren. Maar ik denk zélf toch eigenlijk aan wat anders. Een gevleugelde uitspraak van mij is namelijk: 'ik kan beter tegen winnen'. Waarmee ik o.a. op een nette manier uitdrukking geef aan het feit dat ik - inderdaad, zult u zeggen - niet tegen mijn verlies kan. En ongemerkt eveneens de aandacht een beetje verleg van verliezen naar winnen. Door het simpelweg helemaal maar niet over verliezen te hebben maar alleen maar over varianten op 'winnen'. Keeps you focussed. Prioriteiten stellen. Zó ben ik dus altijd al geweest.

Oudere broer
Ik herinner me nog dat ik mijn oudere broer Fred eens aanvloog omdat hij langere armen had dan ik - en dus een grotere reikwijdte. Tijdens wat begonnen was als een vriendschappelijk potje schermen met opgerolde tijdschriften, kon hij mij wél raken maar ik hem niet. Te korte armpjes. We waren een jaar of zes, zeven in die tijd, schat ik. Onze ouders moesten ons vervolgens uit elkaar halen. Want het schuim stond mij op de lippen. De stoppen waren doorgeslagen. En ik was hem daarna aangevlogen. Better any game than no game. Favoriet in die tijd bleef voor mij echter het buiten spelen. Ruimte en onbegrensde mogelijkheden!

Niet spelen
Ik speel nu wel Wordfeud met mensen die er koste wat kost voor willen zorgen dat ik niet kan leggen. En ik dus eigenlijk niet kan spelen. Terwijl ik dit spelletje juist wél wil spelen. Voelt u wel? Maar misschien doe ik wel hetzelfde, ik kan dat niet zo goed beoordelen. Daar zit misschien die beroemde blinde vlek bij míj wel.

Samengeknepen billen
Maar anyway, in zo'n geval kan ik dus zomaar ineens opgeven. Dan maakt het me ook geen bal meer uit dat ik dan verlies, want ik speel meestal toch wel tien tot vijftien spelletjes tegelijkertijd. Maar verder vind ik dat wel interessant - iemand wil een bepaald spel spelen, maar in plaats van dat dan maar gewoon te doen, is hij of zij erop gebrand te voorkomen dat de tegenstander het spel speelt. Dezelfde tegenstander die eerder werd uitgenodigd dit spel te spelen!? Of moet ik het anders zien en is dit juist het leuke er aan? Ik noem dit de samengeknepen billen techniek. Te benauwd om de ander te zien winnen. Ik zou zeggen, niet teveel met je tegenstander bezig zijn. Je zou het immers ook gewoon kunnen hebben dat je verliest. Of zelfs beter nog, dat je wint. Het is tenslotte maar een spelletje. Niet te gefixeerd doen.

Schaak
Ik speel ook wel schaak op internet. Eveneens met wisselend resultaat. Maar de potjes zijn nooit langer dan 10 minuten. Er moet immers voldoende reuring zijn. Oftewel, ik zie het 't liefst snel ontaarden in een slachtpartij. Dat vind ik een ander belangrijk ingrediënt, voldoende commotie - zodat het je niet te slaapverwekkend wordt. Of je, in het andere geval, tevéél heisa krijgt.

Afkickcentrum
Jaren geleden leidde en werkte ik in een afkickcentrum. Ik zei wel eens voor de gein dat we er camera's zouden moeten ophangen. Er gebeurde namelijk elke dag zó veel - geweldigs of verschrikkelijks - dat dit bijzonder spannende tv had kunnen opleveren. Spannender dan alle reality tv programma's van dat moment. Zo heb ik eens twee mensen uit elkaar gehaald die elkaar waren aangevlogen met een glazen asbak. Dat had ik inmiddels immers wel verdiend, geloof ik. Eerder had ik zélf mijn broer aangevlogen zodat we uit elkaar gehaald moesten worden. En dan had ik ook nog eens de verantwoordelijkheid voor een dergelijke groep mensen genomen. Dan vráág je er denk ik wel om. We hebben dit overigens nooit gedaan natuurlijk - die camera's opgehangen. Maar verschillende werkgevers later beoordeelde ik mijn baantjes nog steeds door vast te stellen of er wel voldoende reuring was. Zo zei ik ooit eens tegen een directeur toen hij me complimenteerde met mijn functioneren in mijn toenmalige (redelijk verantwoordelijke) baan: 'ja maar mijn nichtje van zeven kan dit ook'. En toen ik mezelf dit hoorde zeggen, dacht ik: 'ja, dat is eigenlijk ook wel zo'. En dus was ik snel daarna weer verdwenen. Op zoek naar een beter spel.

Foto
Dit stukje heeft (nog) geen foto gehad vóór zondag 12 februari, toen ik o.a. mijn oudere broer gezien heb. Ik hoopte hem op dat moment te verleiden tot een gezamenlijk kiekie, zo'n vijfenvijftig jaar na ons 'zwaardgevecht' en mijn mislukte 'poging tot doodslag'. Dat is inmiddels gelukt. It's all in the game...

. It's all in the game...

. Een korte aandachtsspanne, werd er wel gezegd. Een lichte vorm van ADHD, zou men tegenwoordig flauwekulliseren. Maar ik denk zélf toch eigenlijk aan wat anders. Een gevleugelde uitspraak van mij is namelijk: 'ik kan beter tegen winnen'. Waarmee ik o.a. op een nette manier uitdrukking geef aan het feit dat ik - inderdaad, zult u zeggen - niet tegen mijn verlies kan. En ongemerkt eveneens de aandacht een beetje verleg van verliezen naar winnen. Door het simpelweg helemaal maar niet over verliezen te hebben maar alleen maar over varianten op 'winnen'. Keeps you focussed. Prioriteiten stellen. Zó ben ik dus altijd al geweest.

Oudere broer
Ik herinner me nog dat ik mijn oudere broer Fred eens aanvloog omdat hij langere armen had dan ik - en dus een grotere reikwijdte. Tijdens wat begonnen was als een vriendschappelijk potje schermen met opgerolde tijdschriften, kon hij mij wél raken maar ik hem niet. Te korte armpjes. We waren een jaar of zes, zeven in die tijd, schat ik. Onze ouders moesten ons vervolgens uit elkaar halen. Want het schuim stond mij op de lippen. De stoppen waren doorgeslagen. En ik was hem daarna aangevlogen. Better any game than no game. Favoriet in die tijd bleef voor mij echter het buiten spelen. Ruimte en onbegrensde mogelijkheden!

Niet spelen
Ik speel nu wel Wordfeud met mensen die er koste wat kost voor willen zorgen dat ik niet kan leggen. En ik dus eigenlijk niet kan spelen. Terwijl ik dit spelletje juist wél wil spelen. Voelt u wel? Maar misschien doe ik wel hetzelfde, ik kan dat niet zo goed beoordelen. Daar zit misschien die beroemde blinde vlek bij míj wel.

Samengeknepen billen
Maar anyway, in zo'n geval kan ik dus zomaar ineens opgeven. Dan maakt het me ook geen bal meer uit dat ik dan verlies, want ik speel meestal toch wel tien tot vijftien spelletjes tegelijkertijd. Maar verder vind ik dat wel interessant - iemand wil een bepaald spel spelen, maar in plaats van dat dan maar gewoon te doen, is hij of zij erop gebrand te voorkomen dat de tegenstander het spel speelt. Dezelfde tegenstander die eerder werd uitgenodigd dit spel te spelen!? Of moet ik het anders zien en is dit juist het leuke er aan? Ik noem dit de samengeknepen billen techniek. Te benauwd om de ander te zien winnen. Ik zou zeggen, niet teveel met je tegenstander bezig zijn. Je zou het immers ook gewoon kunnen hebben dat je verliest. Of zelfs beter nog, dat je wint. Het is tenslotte maar een spelletje. Niet te gefixeerd doen.

Schaak
Ik speel ook wel schaak op internet. Eveneens met wisselend resultaat. Maar de potjes zijn nooit langer dan 10 minuten. Er moet immers voldoende reuring zijn. Oftewel, ik zie het 't liefst snel ontaarden in een slachtpartij. Dat vind ik een ander belangrijk ingrediënt, voldoende commotie - zodat het je niet te slaapverwekkend wordt. Of je, in het andere geval, tevéél heisa krijgt.

Afkickcentrum
Jaren geleden leidde en werkte ik in een afkickcentrum. Ik zei wel eens voor de gein dat we er camera's zouden moeten ophangen. Er gebeurde namelijk elke dag zó veel - geweldigs of verschrikkelijks - dat dit bijzonder spannende tv had kunnen opleveren. Spannender dan alle reality tv programma's van dat moment. Zo heb ik eens twee mensen uit elkaar gehaald die elkaar waren aangevlogen met een glazen asbak. Dat had ik inmiddels immers wel verdiend, geloof ik. Eerder had ik zélf mijn broer aangevlogen zodat we uit elkaar gehaald moesten worden. En dan had ik ook nog eens de verantwoordelijkheid voor een dergelijke groep mensen genomen. Dan vráág je er denk ik wel om. We hebben dit overigens nooit gedaan natuurlijk, die camera's opgehangen. Maar verschillende werkgevers later beoordeelde ik mijn baantjes nog steeds door vast te stellen of er wel voldoende reuring was. Zo zei ik ooit eens tegen een directeur toen hij me complimenteerde met mijn functioneren in mijn toenmalige (redelijk verantwoordelijke) baan: 'ja maar mijn nichtje van zeven kan dit ook'. En toen ik mezelf dit hoorde zeggen, dacht ik: 'ja, dat is eigenlijk ook wel zo'. En dus was ik snel daarna weer verdwenen. Op zoek naar een beter spel.

Foto
Dit stukje heeft (nog) geen foto gehad vóór zondag 12 februari, toen ik o.a. mijn oudere broer gezien heb. Ik hoopte hem op dat moment te verleiden tot een gezamenlijk kiekie, zo'n vijfenvijftig jaar na ons 'zwaardgevecht' en mijn mislukte 'poging tot doodslag'. Dat is inmiddels gelukt. It's all in the game...