Wat ik zeggen wilde…

Ik ben tegenwoordig toch eerder een beetje stil. Hoewel ik volgens mij niet van nature zo ben. Maar zomaar even iets zeggen, is er al een aantal jaren niet meer bij. Alhoewel praten me nu wel al weer veel beter afgaat dan de afgelopen jaren. Maar even een gedachte ventileren, blijft nog steeds een hele onderneming. Een grote – een naamloze vennootschap – geen eenmansbedrijf. En terloops even een opmerking plaatsen lukt mij eigenlijk alleen maar op papier. Of in gedachten.

Inspanning

Ik moet kortom een flinke inspanning leveren om uit mijn woorden te komen. Of eerder, de woorden uit mij. Anders denken jullie nog dat ik afasie heb – je weet wel, dat je het juiste woord niet kunt vinden – en dat heb ik zeker niet. Nee, praten zélf kost me grote moeite, iets met mijn stembanden (blijkbaar ook spieren die zijn aangedaan) en ademnood (de conditie van een dood paard die mij halverwege een zin weer naar adem doet snakken). Dat had ik vroeger – vóór mijn herseninfarct – nooit. Toen kickte ik er juist op hoe wéínig inspanning het me kostte om mooi en duidelijk te praten.

Genegeerd

Well, those days are probably gone forever- zeg ik in navolging van Frank Zappa maar. Hoewel ik toch ook nog wel regelmatig vooruitgang merk, en ook op allerlei manieren. Om het nu maar even tot mijn stem te beperken, afgelopen week merkte ik los van elkaar twee dingen op. Allereerst was er woensdag of donderdag een monteur voor mijn bed, en mijn zorg au pair ging, tijdens dat hij er was, gewoon door met waar ze mee bezig was, en liet mij hem afhandelen. En dat ging eigenlijk prima. Zonder dat hij nou vaak vroeg: ‘wat zegt u?’ Hij begreep mijn opmerkingen of aanwijzingen ogenschijnlijk prima. Daar leek het dus op, want er wordt ook nogal eens iets begrepen wat kort daarvoor heel anders uit mijn mond was vertrokken, en ook wordt ik nogal eens ‘beleefd’ genegeerd, zelfs wanneer ík geholpen wordt. Waar in dit geval ook wel sprake van zou kunnen zijn geweest, want het ging mij iets té vlotjes.

Spraakles

Maar hoe dan ook, ik realiseerde me dat dit voorheen uit den boze was; er móést altijd iemand bij zijn – die mijn stemgeluid gewend was – om mij te ‘vertalen’ voor de incidentele bezoeker. Het kan nu blijkbaar langzamerhand weer anders. En de vrijdag daarna had ik logopedie – spraakles, zeg maar – en hoewel ik vond dat dit eigenlijk vrij beroerd ging (ik praatte nogal eens als een dronken lor of met een hoog piepstemmetje), viel me toch op dat mijn dictie in de loop der tijd enorm verbeterd is. Klanken of medeklinkers zoals de ‘k’ en de ‘st’ klonken nu weer ongeveer normaal en kostten me ook weinig moeite meer.

Worstelpartij

Een half jaar geleden leek me dit nog onmogelijk, en toen was het nog een hele worstelpartij om überhaupt iets te uiten wat enigszins op die klanken leek. Nog eerder – van september 2011 af – heb ik zo’n twee jaar lang eigenlijk niet gepraat, waarvan het eerste jaar helemaal niet, zelfs niet enkele woorden, die er ruim een jaar later nog met wel heel erg veel moeite uitkwamen. Dat lijkt u misschien vreselijk, maar dat vond ik eigenlijk helemaal niet; ik vond het eerlijk gezegd lekker rustig. Mijn wensen en verlangens werden door derden prima opgepakt, alsof dat ze mijn gedachten konden lezen. Dat is een nog veel directere en makkelijker vorm. En ‘gemakkelijk’ is my middle name.

Opgepikt

Katja zei naar aanleiding daarvan wel eens dat er niks mis zou zijn met mijn non-verbale communicatie. Zo heb ik zelfs wel eens meegemaakt dat ik iets zei wat ik zélf niet kon verstaan, dat tot mijn eigen verbazing toch prima werd opgepikt door een ander. Nee, het valt mij vooral op dat de snelheid van mijn herstel of vooruitgang zo laag is dat deze buiten mijn waarneming ligt, ongeveer net zoiets als dat hele lage frequenties buiten ons gehoor liggen. Maar die er dan tóch wel zijn. Enkel doordat ik mijn huidige staat vergelijk met die van een half jaar of een jaar geleden, valt me op – neem ik waar – dat er vooruitgang is geweest. Daar heb ik eigenlijk nog de meeste moeite mee. Ik was vóór mijn herseninfarct gewend dat wanneer je je een paar dagen stevig inspande, je conditie zich had verbeterd – je kon hem bijna vooruit vóélen gaan.

Filosofischer

Nu heeft dat voelen plaatsgemaakt voor een bodemloze put – en is er enkel vergelijkingsmateriaal over een (te) lange tijd. Hoewel ik opmerkingen en woordspelingen bij de vleet maak die ík ogenschijnlijk alleen maar begrijp en leuk vind – zeg maar gewoon slap gelul – is er gelukkig weinig ruimte voor lege babbels. Daarvoor moeten mijn woorden nog teveel ‘in marmer worden uitgehakt’. Al met al – misschien noodgedwongen – ben ik wat contemplatiever, wat filosofischer geworden over het leven. En daar is geen woord teveel mee gezegd.

Ed was in zijn jonge jaren directeur van een afkickcentrum, deed verschillende andere dingen, en was uiteindelijk uitvoerend directeur van een succesvol voedingssupplementen bedrijf, totdat hij in 2011 getroffen werd door een herseninfarct en gediagnosticeerd werd met een locked-in syndroom. Sindsdien is hij herstellende, revalideert veelal, houdt zich onledig met dit blog, en hield zich daarnaast de eerste jaren bezig met de vertaling van enkele boeken over een bepaalde natuurlijke aanpak van kanker, ontwikkeld door een Britse groep wetenschappers.
Posts created 138

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts

Begin typing your search term above and press enter to search. Press ESC to cancel.

Back To Top