Noam Chomsky

Dikke piemel

Noam Chomsky
Noam Chomsky

‘Dikke piemel, domme hond’, zeg ik in vele variaties tegen mezelf als ik weer eens verlies met schaken of Wordfeud. Mijn herseninfarct en alle gevolgen daarvan hebben me over het algemeen wat milder en socialer gemaakt, maar hier dus niet in. Zo stoort het mij vooral als ik een hele domme zet bij het schaken doe, of wanneer ik dan heel logische of overduidelijke dingen over het hoofd zie bij mij of de ander. Bij Wordfeud heb ik hier gelukkig minder last/weet van. Ik realiseer me immers achteraf zelden welke briljante woorden ik nog had kúnnen leggen. Anders had ik die wel gelegd. Ook dat is echter wel eens voorgekomen – dat ik een briljante plek om wat te leggen over het hoofd zag door mijn ongeduld om elders wat anders te leggen. En de briljante plek daardoor dus over het hoofd zag. Maar een fractie van een seconde later – maar wel nadat eerst ik gelegd heb – niet meer. Moet ik u helaas bekennen. Jeugdige onbezonnenheid? Of is dit van alle leeftijden? Hoe dan ook, het staat in ieder geval verre van slim, moet ik u tot mijn spijt eveneens bekennen. ‘Blinde hond’, is het in zo’n geval dan ook tegen mezelf. Hoewel ik hulpbehoeftig ben en ik dat ook gemakkelijk erken en geaccepteerd heb, ben ik in mijn spelletjes minstens net zo meedogenloos als vroeger. Speelt het spel misschien een net zo basale rol als sommige levensfuncties die nu zijn aangedaan door mijn hersenstaminfarct?

Ik kan beter tegen winnen
Wat die genoemde variaties betreft, kan het er hier dus nogal behoorlijk wild aan toe gaan, maar verder eigenlijk niet meer zo. Het zal vooral zijn om me scherp(er) te houden of te maken. Ik meen toch dat ik goed op kan schieten met mezelf ondanks het bovenstaande, wat wel het tegenovergestelde suggereert, en met anderen kan ik over het algemeen ook prima overweg. Gewoonlijk kan ik mensen wel behulpzaam zijn of ze van advies dienen, of ik heb een nogal relativerend gezichtspunt. Of ik kan ze van een slimme strategie voorzien. Maar tijdens het doen van een spelletje geldt toch vooral mijn oude adagium: ik kan beter tegen winnen. Dat verklaart van oudsher al de ernst in mijn spel.

Rijkdom
Daar schijnen overigens wel meer mensen last van te hebben, lees ik net op NOS.nl: de wereld is in een jaar tijd ruim 9000 miljard rijker geworden. Van die toegenomen rijkdom is 82% naar de rijkste 1% van de wereld gegaan, meldt Oxfam Novib in een rapport over rijkdom en armoede. Volgens de organisatie voor ontwikkelingshulp heeft de armste helft van de wereldbevolking er helemaal niets bij gekregen(!) Men wil blijkbaar vooral méér hebben voor zichzelf. Ik ben me sinds mijn handicap wel meer bewust van de ander; ik heb geen respect meer voor alsmaar geld vergaren terwijl die ander…

Requiem for the American Dream
Dit deed mij – ik speel niet alleen maar spelletjes – weer kijken naar een documentaire op Netflix die ‘Requiem for the American Dream’ heet. Daarin vertelt Noam Chomsky – de ‘iconische intellectueel’ (zo wordt hij door Netflix genoemd) vooral over dit verschil tussen arm en rijk. Hij plaatst hierbij een aantal zeer interessante kanttekeningen. Een verschil dat sinds de zeventiger jaren overigens blijkbaar alleen maar toeneemt. En dat er niet teveel democratie mag zijn omdat die dan misschien een halt zou toeroepen aan de kloof tussen arm en rijk. Omdat de allerarmsten dan waarschijnlijk de rijkdommen van de allerrijksten zouden herverdelen. En dat er daarom wetgeving wordt geschapen die de allerrijksten helpt (denk bijvoorbeeld aan Trump met zijn belastingwetgeving onlangs, die vooral voordeel schijnt te bieden aan de mensen die al het meeste bezitten). En Chomsky zegt daarnaast dat er tegenwoordig meer geld verdiend wordt met het schuiven van geld dan met daadwerkelijke productie.

Aristoteles
Het gevaar van teveel democratie zag Aristoteles al, en hij vond dat de oplossing blijkbaar erin lag de kloof tussen arm en rijk niet te groot te laten worden. Nu schijnt men meer te denken: houdt het volk dom, en vooral bezig met voetbal of met zinloos winkelen en consumeren (zaterdag’s met zijn allen lekker naar de Kalverstraat), dan denken ze niet na over de kloof tussen arm en rijk. En dan zal men niet de bibliotheek in duiken om wat wijzer te worden. Of om te vragen: ‘Heeft u nou nog niet genoeg?’ ‘Dikke piemel!’

Ed was in zijn jonge jaren directeur van een afkickcentrum, deed verschillende andere dingen, en was uiteindelijk uitvoerend directeur van een succesvol voedingssupplementen bedrijf, totdat hij in 2011 getroffen werd door een herseninfarct en gediagnosticeerd werd met een locked-in syndroom. Sindsdien is hij herstellende, revalideert veelal, houdt zich onledig met dit blog, en hield zich daarnaast de eerste jaren bezig met de vertaling van enkele boeken over een bepaalde natuurlijke aanpak van kanker, ontwikkeld door een Britse groep wetenschappers.
Posts created 138

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts

Begin typing your search term above and press enter to search. Press ESC to cancel.

Back To Top