Herinneringen

‘Ik ga een filmpje kijken’, verklaarde mijn au pair.
‘Ok’.
Ik was veganistische latkes (aardappelpannekoekjes) – in de variant aardappel, wortel en ui – aan het bakken met het meisje dat momenteel wordt ingewerkt om de huidige au pair te vervangen.
Die échte au pair ging dus onderwijl even een filmpje kijken en zij zou dan, kort voor het eten, een salade maken.
Toen ik haar ging waarschuwen dat wij bijna zover waren, trof ik haar gedrapeerd over een luie woonkamer stoel aan, waar ze dus naar die film keek, haar ruimte tijdelijk gereduceerd tot veertien bij zeven centimeter.
De  veertien bij zeven centimeter van haar smartphone.
Mét oordopjes – dus nog verder weg van het leven om haar heen.
Maar dat is nog niets vergeleken bij de ‘échte’ jeugd van tegenwoordig.
Die van een jaar of vijftien of twintig.
Hun hele léven past in die smartphone.
Ik vind mijn au pair nog best ondernemend.
Maar zíj bellen, kijken films, chatten, reguleren hun Facebook verkeer, YouTuben, kijken naar Uitzending Gemist, of naar Boer zoekt Paard, en-ga-zo-maar-door.
Mijn jeugd páste niet in een smartphone. Maar da’s meer de jeugd van vroeger.
Wij broers en zussen waren thuis met ons vijven.
Ik heb twee zussen en twee broers.
U kunt zich dat misschien wel voorstellen van een katholiek gezin. Noem het verder maar gemaks-katholicisme. Conflictvermijding met de pastoor (‘waar blijven de kinderen?’).
Want keihard in-de-bijbel waren wij verder totaal niet.
Maar wel met vijf kinderen.
Mocht u het zich nog afvragen, mijn hang naar Limburgse gezelligheid komt dáár vandaan. En ook mijn Bourgondische inborst, denk ik.
En ik heb inmiddels mijn eigen Amsterdamse of gehandicapte variant daarvan.
Er komen tegenwoordig namelijk elke dag wel een paar verzorgsters over de vloer. Heerlijk, reuring.
Maar daar hadden we het niet over. We hadden het over kinderen.
Wij hadden onze handen vol.
Aan onszelf, aan elkaar, en aan kinderen uit soortgelijke gezinnen.
Wat losse herinneringen:
Ik viel ruggelings uit een boom.
(Variant op: de ooievaar heeft hem gebracht).
Mijn val werd overigens gebroken door de tak die tegelijkertijd afgebroken was en achter en onder mij meeviel.
Wij groeven naar Romeinse (?) potscherven in de buurt, daar waar ooit een pottenbakkerij was.
Ik was misdienaar bij onder meer een pastorale Pietje Precies, maar later ook bij verschillende hele leuke geestelijken.
Op steenkoolbergen in de buurt zocht ik naar pyriet (ijzer(II)sulfide kristallen met een goudachtige glans) of ik hakte grote brokken steenkool afval in tweeën met een bijl, op jacht naar prehistorische afdrukken van varens. Die ik dan beide ook wel vond.
Ik ving salamanders.
Ik ving ook hagedissen.
En vissen.
En vogels.
Ik lag onder de tafel terwijl mijn ouders aan die tafel kaartten met mijn ooms.
En ik ving ook vlinders.
Zocht paddestoelen.
Ik ging bosbessen plukken, net over de grens, in een bos in Duitsland.
Of ik gooide wilde of tamme kastanje’s uit de bomen in o.a. de tuin van de nonnen.
Ik herinnerde me ook nog verschillende bezoekjes aan het ziekenhuis, één na zo’n kastanje-werp-sessie.
De impopulaire overbuurjongen van de overkant van de straat ‘bestookte’ ik vanaf ons garagedak met mijn vuurpijltjes.
Zij hadden ook een abrikozen schijtpoedeltje, maar dat is een ander verhaal.
Ik zat op judo.
Ik probeerde mijn pas gevonden katapult (in de garage bij ons thuis) buiten uit.
Ik deed wilde experimenten vooral met een explosief karakter, met mijn scheikundedoos. Mijn moeder rezen de haren ter berge. Mijn motto: het moet vooral roken of branden.
Als een soort hacker avant la lettre, legde ik de tv van de overbuurman plat met een zelfgebouwd zendertje zodat hij niet naar Studio Sport kon kijken.
Een valk was zó dichtbij dat hij niet meer op mijn verrekijker-beeld ‘paste’, toen ik hierop inzoomde.
In ‘oorlog’ met de jongens van de straat parallel aan de onze, werd een jongen van de vijand ‘gevangen’ genomen, en vastgebonden aan een lantaarnpaal.
Ik lag onder de keukentafel, naast de gele rommelbank (er lag speelgoed in) voorbeeldschetsen uit mijn schetsboek na te tekenen. Zoals zo vaak.
Ik pofte aardappels met een vriend.
Ik blies zelfgebouwde plastic vliegtuigjes op met rotjes. Resultaat: een nieuw model vliegtuig van de overgebleven onderdelen.
En deed een spelletje met houtjes met hem.
Ik deed trefbal met andere jongens en meisjes uit de straat.
En stoeprand.
En natuurlijk honderden potjes voetbal op vele plekken.
En ik denk nu niet eens diep na.
Zeg nou zelf – denkt u dan wél dat dit alles op een smartphone past?

Ed was in zijn jonge jaren directeur van een afkickcentrum, deed verschillende andere dingen, en was uiteindelijk uitvoerend directeur van een succesvol voedingssupplementen bedrijf, totdat hij in 2011 getroffen werd door een herseninfarct en gediagnosticeerd werd met een locked-in syndroom. Sindsdien is hij herstellende, revalideert veelal, houdt zich onledig met dit blog, en hield zich daarnaast de eerste jaren bezig met de vertaling van enkele boeken over een bepaalde natuurlijke aanpak van kanker, ontwikkeld door een Britse groep wetenschappers.
Posts created 138

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts

Begin typing your search term above and press enter to search. Press ESC to cancel.

Back To Top