Plofkip

Vegan
Zaterdag ben ik vegan geworden. Plotsklaps, en zonder enige voorafgaande planning of zonder er op zijn minst enkele weken grondig over na te hebben gedacht. Nee, ik deed het gewoon, van het één op het andere moment – alsof het niks was. Dit terwijl de au pair mij zelfs nog regelmatig a mouse noemde vanwege mijn voorkeur voor kaas. En een lekker stukkie vlees was mij bepaald ook al niet vreemd. En ik had inmiddels ook wel de reputatie van een culinaire lekkerbek  te zijn – om maar even aan te geven hoe het er qua eten voor deze grote ommekeer aan toe ging.

Íéts dood
Eigenlijk haatte ik veganisme zelfs altijd. Dat poezelige gedoe over vlees, dacht ik. Als je iets eten wilt, moet er sowieso íéts dood – of het nou vlees is of dat het planten zijn. En ik dacht er nooit verder over na dan ‘als je vlees wilt eten, moet je wél bereid zijn het te doden‘, en dat wás ik – oh yes! Zélf gevangen vis ging vroeger met grote regelmaat mee naar huis en werd daar – inmiddels al dan niet een natuurlijke dood gestorven – schoongemaakt en vervolgens opgegeten door mens en dier. Bij ons in de tuin draaide ik ook eens een gewonde duif zonder veel poeha de nek om opdat deze niet een gemakkelijke prooi en speelbal zou worden voor onze kat, en – nog eerder –  spoelde ik op een nacht zelfs een keer kleine ratjes door de wc die ik eerder die dag op een overhoop gehaald bouwterrein was tegengekomen, maar die ik toch niet in leven bleek te kunnen houden.

What the health
Meer gedachten had ik echter nog nooit aan veganisme besteed. En zaterdagmiddag heb ik eerst nog heerlijk (en absoluut non-vegan!) thuisbezorgd-Japans gepeuzeld met enkele familieleden-op-bezoek. En toen bestond die veganistische staat ook helemaal nog niet in mijn universum. Maar later op de avond dus wél. Wat was er dan gebeurd? Ik had op Netflix de documentaire What the health gekeken. En halverwege die documentaire was ik dus vegan geworden. De relatie die daarin wordt gelegd tussen vlees, vis en zuivel aan de ene kant, en kanker, hartfalen en diabetes aan de andere kant, was de druppel. Dat verband leggen gebeurde dus blijkbaar wel op heel overtuigende wijze. Maar veel had ik toch al niet op met de vlees- en zuivelindustrie. Mijn protest ten aanzien hiervan broeide al veel langer. Maar ja, vlees en kaas maken wél te intrinsiek deel uit van ons dieet om zo maar op te geven, hè?

Joris Driepinter
In mijn jeugd groeide ik op met de Joris Driepinter reclame, de witte motor en drie gazen melk per dag, wat inmiddels wel in een beduidend minder gunstig daglicht is geplaatst door het Voedingscentrum. Daar blijkt dus ook uit dat dit gewoon reclame is geweest door de melkindustrie te zijn geweest. En als het Voedingscentrum ergens een beetje kwaad over spreekt, kun je dit volgens mij gerust met een factor tien vermenigvuldigen. Maar anyway, nu ik zestig jaar geworden ben en de lang gekoesterde onsterfelijkheid tot eindige proporties teruggebracht lijkt te zijn geworden, wordt datgene wat ik eet klaarblijkelijk steeds belangrijker. Alsof mijn leven ervan afhangt, haha.

Voedingssupplementen
Mijn laatste beroepsmatige decade was ik werkzaam in de voedingssupplementen industrie. Wat mij daarin altijd verbaasd heeft was het gemierenneuk over claims die men daarin met producten zou willen maken. Die zouden namelijk wel eerst grondig onderbouwd moeten worden met keihard wetenschappelijk onderzoek. Dat je dan wel zelf moet betalen, als het er al niet is. Zeer belangrijk allemaal natuurlijk – zou je kunnen denken. Maar moet u nou eens een uurtje in een supermarkt gaan kijken wat er al allemaal aan u voorbij rolt. En wat mensen mee naar huis willen nemen. Aan suikerbommen, E-nummers en andere vette rotzooi. Er is dan plotseling niks geen wetenschappelijk onderzoek meer nodig. Integendeel. Reclame! Reclame!

Samenleving
Onze samenleving lijkt er qua voedingsmiddelen eerder op gericht te zijn de bovengenoemde aandoeningen (kanker, hartfalen en diabetes) te laten voorbestaan. Overigens zou ik een veganistisch burger van deze samenleving een vegaburger willen noemen. De verschillende instellingen lijken deze ziekten wél te willen bestríjden maar niet te willen voorkómen (door hetgeen iemand eet bijvoorbeeld). In Amerika worden clubs als de American Cancer Society gesponsord door bedrijven als Kentucky Fried Chicken en andere vleesproducerende slechterikken. Denkt u dat ze zo’n sponsor vervolgens nog zullen afvallen door in dit geval op het gevaar van kip te wijzen? Nee hoor, kip wordt dan écht wel genoemd als een voorbeeld van een voedingsmiddel dat thuishoort in een prima dieet. Maar die kip blijkt dan veel later wel ‘opeens’ een tijdbom – een plofkip – te zijn geworden…

Ed was in zijn jonge jaren directeur van een afkickcentrum, deed verschillende andere dingen, en was uiteindelijk uitvoerend directeur van een succesvol voedingssupplementen bedrijf, totdat hij in 2011 getroffen werd door een herseninfarct en gediagnosticeerd werd met een locked-in syndroom. Sindsdien is hij herstellende, revalideert veelal, houdt zich onledig met dit blog, en hield zich daarnaast de eerste jaren bezig met de vertaling van enkele boeken over een bepaalde natuurlijke aanpak van kanker, ontwikkeld door een Britse groep wetenschappers.
Posts created 138

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts

Begin typing your search term above and press enter to search. Press ESC to cancel.

Back To Top